Het Moordspel 2016

Spel

Het Moordspel is een online wedstrijd van de Bibliotheek waarbij tijdens de Spannende Boekenweken van 3 t/m 19 juni een spannend verhaal, een klassieke 'whodonit' in delen gepubliceerd wordt. Dit jaar heeft Elfie Tromp het verhaal geschreven! Iedereen kan online meelezen, discussiëren over de dader, hints oplossen en kans maken op mooie prijzen. 1 juni zetten we de proloog online en kun je kennis maken met de personages.

Elfie Tromp

OVER DE SCHRIJFSTER:

ELFIE TROMP

Elfie Tromp publiceert romans en columns en schrijft voor het theater. Ze debuteerde in 2013 met de roman Goeroe, die genomineerd werd voor het beste Rotterdamse boek. In datzelfde jaar won ze de VPRO Bagagedrager, een prijs voor jonge reisjournalisten. Haar tweede roman ‘Underdog’ is onlangs gepubliceerd en genomineerd voor de BNG Literatuurprijs.

VERHAAL

"Daar hang ik. Bungelend aan een dwarsbalk van de omgebouwde schuur. Een sprongetje van de vide brak mijn nek en nu hang ik drie meter boven de rustieke houten vloer. Het bloed druipt langs mijn modderige voeten naar beneden. Ik zie er levendiger uit dan ik had verwacht, zo dood. Alsof ik een dutje doe. Alleen de diepe japen in mijn onderarmen zien er verontrustend uit. Nu het bloed er niet meer uit gutst, bollen de spieren en aders uit de wonden, als bloemen van vlees die tot bloei komen." 

Lees eerst de proloog

Proloog

 


Daar hang ik. Bungelend aan een dwarsbalk van de omgebouwde schuur. Een sprongetje van de vide brak mijn nek en nu hang ik drie meter boven de rustieke houten vloer. Het bloed druipt langs mijn modderige voeten naar beneden. Ik zie er levendiger uit dan ik had verwacht, zo dood. Alsof ik een dutje doe. Alleen de diepe japen in mijn onderarmen zien er verontrustend uit. Nu het bloed er niet meer uitgutst, bollen de spieren en aders uit de wonden, als bloemen van vlees die tot bloei komen. 

    ‘Zo diep zie je zelfmoordenaars niet vaak snijden', zei de patholoog-anatoom. 'En zo slordig. Ze moet het gehaast hebben gedaan.'

     Hij dacht aanvankelijk dat ik graag dood wilde. Grondig, noemde hij het. Hij dacht dat ik eerst mijn polsen had doorgesneden om mezelf daarna op te hangen. Dat was voordat het touw was bekeken. Daar zit namelijk geen spatje bloed op. En had ik echt zo'n stevige knoop kunnen leggen als het bloed met liters uit mij stroomde? Een dubbele zelfmoord, wie doet nou zoiets? Ik ben niet bang voor de dood, heb er regelmatig mee geflirt, maar geloof me als ik zeg dat ik dit niet heb gewild. Toegegeven, zoiets dramatisch past bij mijn naam. Ik heet Kali. Kali Shiva, vernoemd naar de godin van destructie, het chaos-aspect van God. Ik was er voordat de wereld geschapen werd, zo gaat de lezing in het tantrisch hindoeïsme. Altijd glanzend zwart afgebeeld, dansend met een uitgestoken rode tong, een ketting met 51 mensenhoofden zwierend rond mijn nek en in één van mijn vier handen een zwaard. Hoe had ik met zo'n naam een gewone kantoorbaan kunnen hebben? Natuurlijk moest ik iets bijzonders gaan doen. Zoals remedial yogaleraar worden. Vanuit alle uithoeken van het land kwamen ze hier in Hemelum naar me toe voor hulp. Toen ik hier nog niet bungelde, maar gewoon nog ademde, hielp ik andere mensen met de uitdagingen van het leven. Want het leven is niet gemakkelijk voor bijzondere mensen zoals ik. In de westerse geneeskunde werd ik bipolair genoemd. Hoge pieken, diepe dalen. Weinig ertussenin. Maar ik ben niet ziek. Ik leef intens. Daar heeft mijn omgeving het moeilijker mee dan ik. Ik heb ermee leren omgaan. En leer dat nu aan anderen. Om jezelf te accepteren. Om je uitspattingen te eren. De schaamte los te laten. Na rondzwervingen door India, Europa en Australië, kwam ik eindelijk aan in Hemelum. Hier was geen afleiding, geen gekonkel. Hier kon ik lesgeven. De wijsheid van Kali Shiva delen. Hier was ik veilig. Was het leven nog wat waard. Dacht ik.

    Als ik had geweten dat ik vandaag zou sterven, had ik een onderbroek aangedaan. Het witte jurkje dat ik draag is te kort. Ik zie Dorus van verderop wel gluren. Eerst duwt hij zijn dochter Maartje weg bij het stalraam. Zogenaamd om haar te beschermen. Haar paardrijcap zakt voor haar ogen. Dan drukt hij zijn rode jeneverneus tegen het glas. Grijnst zijn sigaarbruine tanden bloot als hij me ziet. En mijn linkerborst hangt ook nog uit het gescheurde lijfje. Niet dat ik me daar voor schaam. Ik heb een mooi lijf. Dat mag gezien worden. Ik sta niet voor niets uren per dag in een Downward Dog. Maar ik gun hem zijn gore gedachten niet, die vuilak. Ik weet wat hij heeft gedaan. Heb hem 's nachts betrapt met zijn bijl in het veld. Hij spoort niet.

    Het was Tilly die mij vanochtend heeft gevonden. Alsof ze van niets wist. Hoe ze daar stond met die mollige handen voor d'r rode kop, de afgekloven nagels met spuugdraden ertussen, wat een aansteller. Alleen in soapseries en slechte horrorfilms krijsen mensen zo overdreven als ze een lijk vinden. Het hele dorp is uitgelopen. Eindelijk krijgt Tilly de aandacht waar ze naar verlangt. Ze zit op de stoep. Buurvrouwen wrijven over haar rug. Iemand geeft haar een thermoskan thee. Er wordt een deken om haar heen geslagen. Alsof ze een onderkoelde bootvluchteling is die ook niet snapt hoe ze tussen de tulpen en krokussen in Friesland terecht is gekomen.

    En ik bungel hier, wachtend tot ik naar beneden word getakeld. Er worden foto's gemaakt van de onduidelijke boodschappen op de voormalig witte muren. Het bleek toch wat moeilijker te zijn om iets duidelijks te schrijven met slagaderlijk bloed dan met Histor-muurverf. De agenten wijzen op mijn Boeddha-beeld in de hoek. Ze vermoeden dat het dubbele kruis, dat tussen de vegen op de vloer is gekliederd, iets oosters is. Weten zij veel. De enige die wel weet wat het betekent, is er niet. Melchior zit vast in het klooster. De lafaard. Het hoofd gebogen, eindeloos zijn kerkslavische gebeden voortprevelend in zijn scharrige baard. Hij zou het Russisch-orthodoxe kruis onmiddellijk hebben herkend. Maar hij wast zijn handen natuurlijk in onschuld. En zo doet iedereen in Hemelum alsof ze hier niets van weten. Alsof mijn dood toeval is. Zoals een regenbui, een losgebroken paard, of een zeiljacht op drift. Iets dat zomaar, per ongeluk, is gebeurd. Omdat dingen nu eenmaal gebeuren. En dat niemand daar iets aan kan doen. Nou, ik ben dood. En ik kan je vanaf deze kant verzekeren dat niets zomaar gebeurt.

x