Het Moordspel 2017

Spel

Het Moordspel is een online wedstrijd van de Friese bibliotheken tijdens de Spannende Boekenweken van 9 t/m 25 juni. Het Moordspel bestaat uit een spannend verhaal, een klassieke 'whodonit' dat in delen gepubliceerd wordt. Dit jaar heeft Nyk de Vries het verhaal 'De Festivalmoord' geschreven! Iedereen kan online meelezen, discussiëren over de dader, hints oplossen en kans maken op mooie prijzen. 16 juni zetten we de proloog online en kun je kennis maken met de personages.

Nyk de Vries

OVER DE SCHRIJvER:

Nyk de Vries

Nyk de Vries is schrijver en muzikant. Hij werd geboren in de Friese Wouden (Noardburgum), een element dat regelmatig terugkeert in zijn werk. Voor het Moordspel putte hij uit zijn rijke ervaring als muzikant en literair performer. Door de jaren heen stond hij op een veelvoud aan podia, van Poetry International, tot aan Lowlands en Crossing Border. Zijn laatste roman 'Renger' werd bekroond met de Piter Jelles Literatuurprijs.

HET VERHAAL - DE PROLOOG

Wat is er gebeurd? Het festival onder de rook van Leeuwarden begon prachtig, prima optredens en schitterend weer, maar toen de band van Keimpe Hooghiemstra aantrad, tegen het eind van de middag, sloeg het noodlot toe. Na een wilde beklimming van de geluidstoren stortte de impulsieve zanger Keimpe − voor z'n fans beter bekend als De Keimp − van het dak van het podium. Men denkt eerst aan een ongeluk, maar al gauw wordt duidelijk dat er meer aan de hand was. 

Lees hier verder

Proloog

 

[ beluister de proloog via Soundcloud ]

Wat is er gebeurd? Het festival onder de rook van Leeuwarden begon prachtig, prima optredens en schitterend weer, maar toen de band van Keimpe Hooghiemstra aantrad, tegen het eind van de middag, sloeg het noodlot toe. Na een wilde beklimming van de geluidstoren stortte de impulsieve zanger Keimpe − voor z'n fans beter bekend als De Keimp − van het dak van het podium. Natuurlijk werd er gedacht aan een ongeluk, maar omdat de zanger om mysterieuze redenen minutenlang boven op het dak verbleef was een onderzoek onvermijdelijk.

 

De zaak kwam onbedoeld verder in de media door de aanklacht die de Koerdische dichter Boran indiende. Hij maakte bezwaar tegen het politieoptreden, omdat hij als usual suspect urenlang werd ondervraagd en twee dagen in de cel verbleef. Volgens de politie werd de dichter vlak na de fatale val onder verdachte omstandigheden in de buurt van het podium gevonden. Tijdens een nogal chaotische persconferentie gaf de perschef toe dat er fouten zijn gemaakt, met als excuus het gigantisch onweer dat vlak na de fatale val losbarstte.

 

Een terugkerende vraag is waarom een deel van de band doorspeelde, terwijl zanger Keimpe boven op het podiumdak zat, onzichtbaar voor het publiek. Volgens een bezoeker klommen verschillende mensen omhoog om Keimpe naar beneden te halen, waaronder organisator Bar Kommerij, een bandlid en een verwarde fan. Onderzocht is of de organisatie nalatig is geweest wat betreft de veiligheid, maar daarvoor is geen enkele aanwijzingen gevonden. Volgens de politie heeft de organisatie juist accuraat opgetreden, vooral door het ferme optreden van Bar Kommerij. Door alle roering heeft de eigenzinnige vrouw inmiddels landelijke bekendheid gekregen en neemt regelmatig zitting in talkshows, waar ze steevast als 'De Piraat' wordt aangekondigd, door haar zwarte ooglapje.

 

Verondersteld wordt dat Keimpe's benen verstrikt zijn geraakt in het microfoonsnoer, waarna hij z'n evenwicht verloor en naar beneden is gevallen. Toch komt de mogelijkheid van zelfmoord ook regelmatig ter sprake. Jarenlang riep Hooghiemstra dat hij tot 'de club van 27' zou gaan behoren, de groep muzikanten die allemaal op 27-jarige leeftijd overleden, door overmatig alcohol- en drugsgebruik, met Amy Winehouse als laatste tragische voorbeeld. Desondanks wordt deze suggestie niet erg serieus genomen, omdat nergens een afscheidsbrief is gevonden. Daar komt bij dat Keimpe juist aan iedereen vertelde dat zijn beste werk eraan zat te komen.

 

Zo blijven er veel vragen onopgelost. Zijn fans, die hem nu steevast aanduiden met DeKeimp, en natuurlijk zijn dierbaren doen alle moeite om de waarheid boven tafel te krijgen. Er zijn teveel onduidelijkheden om de zaak te laten rusten. Wat is er gebeurd met Keimpe? Wat ging er in zijn hoofd om in die laatste minuten? Koste wat het kost willen ze weten wat er zich op dat podiumdak heeft afgespeeld, hoog boven het weidse festivalterrein, onder de rook van Leeuwarden.

x

Ontknoping Zanger Keimpe


[ Beluister de ontknoping via Soundcloud ]
 

Beneden ziet hij Boran achter het podiumdoek glippen. Keimpe wil hem toeroepen, hé Boran, maar tegelijkertijd is hij aan het klungelen met de microfoon en het snoer. Eerder die middag heeft hij kort met de Koerdische dichter gesproken. Eerlijk gezegd zag ie er vermoeid uit. Met opzet had Keimpe niet over het geld gesproken dat hij aan Boran had geleend, om hem niet nog meer zorgen te geven. Keimpe mag hem wel, die Boran. Goed beschouwd is het Boran geweest die Keimpe met een nieuwe blik naar zichzelf heeft laten kijken. En daarmee naar z'n vader, met wie hij lang zo moeizaam omging.

 

Keimpe kijkt nog een keer over zijn schouder, en huivert plotseling bij het zien van de diepte, tot hij beneden achter de mengtafel ineens een bekende gestalte ziet. Het is Tjitske Noordsterhout! Ondanks dat hij weet dat ze gedoe betekent, volgt hij nieuwsgierig hoe ze wegglipt achter het podium. Hij herinnert zich goed zijn amoureuze nacht met haar, en de keer daarna in een club. Ze was niet normaal geweest, vooral die tweede keer. Met een mesje wilde ze hun initialen in hun armen kerven. Keimpe was niet zichzelf die dag, omdat Sheila weer eens op z'n zenuwen had gewerkt. Achteloos had hij gezegd: 'Ja Tjitske, hartstikke leuk idee.' Maar toen ze daadwerkelijk een mesje tevoorschijn had gehaald, zei hij: 'Ho ho, ik moet eerst even naar de wc, eerst even een bruine walvis op de trein zetten.'

 

Onwillekeurig moet Keimpe lachen als hij aan z'n melige reactie terugdenkt. Keimpe is eigenlijk best flauw met z'n poep- en piesgrappen. Hij houdt wel van plat, anders dan Sheila. Als hij weer eens een platte mop vertelt, draait ze vaak vol afkeer haar hoofd weg. Sheila vindt dat hij op moet houden met dat platte gedoe, het past niet bij zijn imago. Keimpe wordt er moe van, zo langzamerhand, van Sheila's eeuwige drang om te stijgen op de sociale ladder. Laatst had hij haar gevraagd of ze niet weer eens gewoon haar geboortenaam zou gebruiken: Fientje. Die naam was best mooi toch? De verdere avond had ze geen woord meer tegen hem gezegd.

 

Het grote plan voor vandaag was ook uit Sheila's koker gekomen. 'We nemen natuurlijk een risico,' had ze gezegd. 'Er staat heel duidelijk dat er niet mag worden geklommen. Daarom zeggen we er niks over, ook niet tegen de rest van de band. Al is daar ook nog een andere reden voor.'

 

'En die is?' had Keimpe gevraagd.

 

'We zeggen niks tegen de rest van de band, zodat alles zo spontaan mogelijk gebeurt. Net als vroeger.'

 

Keimpe had bedachtzaam geknikt. Sheila's opmerking klonk misschien vreemd, maar hij begreep heel goed wat ze bedoelde. Vroeger werkte dat bij hen muzikaal inderdaad prachtig − op een bepaald punt in een nummer stoppen en dan gewoon kijken wat er gebeurt, waar het heengaat, zonder plan, in het moment, zoals dat tegenwoordig in mindfulness-termen heet.

 

'Spontaan is het beste,' had Sheila gezegd, al was het geplande omhoog klimmen daarmee natuurlijk in tegenspraak. Eigenlijk had hij ook helemaal geen zin in acrobatische stunts, niet meer zoals vroeger. Zijn grootspraak om op z'n 27e te willen sterven, klonk hem inmiddels als puberaal gebral in de oren. Het leek juist of hij steeds meer hoogtevrees kreeg.

 

'Alles voor de show,' had Sheila gezegd, toen ze zag dat ze hem ondanks alles toch kon overhalen.

 

Ze was belangrijke mensen uit het vak gaan uitnodigen, toen Keimpe tenslotte had toegestemd. Dit moest de dag gaan worden. Hun comeback of hoe je het ook wilde noemen. Natuurlijk heeft ze gelijk dat ze alles uit de band wil halen. Keimpe weet dat hij lui is en vaak ook onuitstaanbaar, vooral voor die goeie ouwe Ale. Soms snauwt hij hun bassist af in de oefenruimte, waar iedereen bij is. Keimpe probeert zijn leven te beteren, maar vaak schiet hij opnieuw in dezelfde groef.

 

Kort voor het optreden was Sheila naar hem toegekomen. Ze zei: 'Ik heb de stellage getest. Het is goed te doen.'

 

Keimpe keek kennelijk bezorgd, want ze had haar hand op z'n schouder gelegd.

 

'Als je het echt niet wilt,' zei ze zacht, 'dan blazen we het alsnog af. Wil je dat?'

 

'Nee, natuurlijk niet,' had hij heldhaftig geantwoord. 'Ik ben hier toch de ster? Ik kan dit toch?'

 

Hij had zichzelf weer eens lekker in de nesten gewerkt, met z'n opschepperige praatjes. Ondanks zijn nervositeit was hij, eenmaal op de planken, er maar gewoon voor gegaan. Sheila had een draadloze microfoon geadviseerd, maar dat was Keimpe's eer te na. Hij houdt er gewoon niet van, die draadloze troep die om de haverklap niet werkt. Het is ook alsof je een estafettestokje in handen hebt, het ziet er niet uit. Hij houdt van een snoer, een snoer waarmee je kunt gooien en zwaaien als een zweep.

 

'Als je dat zo graag wilt, neem dan vooral een snoer mee omhoog,' zei Sheila, toen ze het plan nog eens hadden doorgesproken. 'Maar vergeet het niet, en zorg dat het lang genoeg is, zodat je boven nog kunt zingen.'

 

Keimpe kijkt opnieuw naar beneden en schrikt weer van de diepte. Onder zich hoort hij de band stuwend en strak spelen, tot de drums stoppen. Sheila verschijnt beneden hem. Ze kijkt omhoog en pakt het snoer, om het voor hem te verlengen, zo lijkt het. Meteen daarop voelt hij een ruk. Zijn hand glijdt weg.

'Verdomme, waarom is ze zo ongeduldig? Hij weet toch wat hij moet doen?'

 

Onder hem ziet hij nu Bar in de stellage klimmen: een kluchtig gezicht. Al gauw geeft ze het op en grijpt met haar hand naar haar rug. Een bewaker schiet verschrikt toe. Iedereen is zo bang voor Bar met haar ooglapje, terwijl Keimpe weet dat ze eigenlijk een hele lieve vrouw is. Hij weet dat haar ooglapje ook helemaal geen functie heeft. Als kind droeg ze het in verband met een lui oog. Vervolgens bleef ze het dragen. 'Keimpe,' zei ze eens, 'ik voel me veiliger als mensen een beetje bang voor me zijn.'

 

Het geklungel beneden geeft Keimpe zowaar nieuwe zin en vanuit het niets laat hij een woeste schreeuw horen. Hij zal ze daar wat laten zien, waarna hij het laatste kleine stukje naar het dak klimt, maar op het moment dat-ie z'n been erop gooit, zit het snoer in de weg. Hij schiet naar voren, het plastic dak op. Hij vloekt opnieuw, veel harder nu dan zonet, maar door de muziek is er niemand die het hoort.

 

Stijf van angst kijkt hij uit over het festivalterrein. In de verte ziet hij de grote plas waarin hij vroeger zo vaak heeft gezwommen.

 

'Oh man,' steunt hij, 'dit is niet de bedoeling.'

 

Onder hem dreunt de bas van Ale. Keimpe hoort hoe Sheila aan haar drumsolo begint, zoals afgesproken: geen onnodig spierballenvertoon, geen Led Zeppelin-achtige toestanden, maar vrouwelijk en nooit weg van de beat, zoals haar grote heldin laatst bij Letterman nog had laten zien. Echt goed.

 

Dan begint Sheila te zingen.

 

Verbaasd luistert hij naar de scherpe zang van zijn vriendin. Dit heeft ze nog nooit gedaan. Dit hadden ze ook niet besproken. Het houdt het midden tussen een rap en een ouderwets soort scat. Een van de blazers improviseert mee. Die lui komen uit de jazz. Die kunnen dit als geen ander.

 

Sheila had Keimpe opgedragen om van bovenaf te gaan zingen, maar hij is uitgeschakeld. De microfoon is een halve meter naar beneden gegleden, over het plastic.

 

Voor z'n gevoel ligt hij daar minutenlang. Ale's bas dreunt over het veld, het klinkt echt opwindend. En Sheila, wat heeft ze toch eigenlijk een goeie stem, dat meisje van hem. De muziek gaat door, tot de zang plotseling stopt, en niet lang daarna ook de bas. Er klinkt geroep uit het publiek. Alleen de blazers spelen nu nog. Het klinkt bijna kerkelijk, lange ijle noten.

 

Keimpe vraagt zich af wat er onder hem gebeurt. Uit het publiek klinkt geen geroep meer. Langzaam wordt het helemaal stil.

 

Keimpe ziet een hand op het plastic verschijnen. Hij weet niet wie hij moet verwachten.

 

'Ga jij me redden?' lacht hij ondanks de situatie, als het petje van Ale boven het plastic uit komt.

 

'Daar lijkt het op toch?' zegt Ale, terwijl hij Keimpe nadenkend aankijkt.

 

Tegelijkertijd begint Keimpe te glijden, als Ale het plastic naar beneden drukt door z'n hand erop te zetten.

 

'Pak me vast suffe kloat!' roept hij.

 

Als Ale hem beet pakt, zegt hij hijgend: 'Dank je sportman.'

 

Keimpe lacht en hijgt tegelijk, van pure spanning.

 

'Sorry dat ik je uitschold,' zegt Keimpe. 'Je weet dat ik nooit... Je weet dat ik je nooit zal...'

 

Hij staart weifelend naar z'n bandgenoot, op wiens gezicht nu een niet te peilen uitdrukking is gekomen, vanonder z'n eeuwige donkerblauwe petje.

 

'Dat je nooit wat?' vraagt Ale toonloos.

 

'Je weet wat ik bedoel...' zegt Keimpe, en hij kijkt strak naar de bassist waar hij zolang mee heeft samengespeeld.

 

Keimpe hapt naar adem en zijn gedachten schieten weg, naar die donkere avond, naar dat ijzige landschap, ergens tussen Franeker en Dokkum. Het was de eerste Elfstedentocht met mobiele telefoons. Door de stugge oostenwind ging Ale het normaal gesproken nooit meer redden. Na z'n telefoontje was Keimpe in de auto gesprongen en had Ale opgepikt. Een eindje voor de stempelpost had hij zijn maat weer op het ijs gezet.

 

Hij ziet de wonderlijke blik in Ale's ogen.

 

'Ik zal je nooit verlinken Ale,' roept Keimpe.

 

Langzaam schudt Ale zijn hoofd.

 

'Sheila mag dit nooit weten,' mompelt hij, 'lieve Sheila.'

 

Zijn ogen glijden weg, over het plastic podiumdak.

 

'Het is onzichtbaar en grillig,' zegt hij zacht.

 

'Waar heb je het over?' vraag Keimpe.

 

'Geluk,' zegt Ale, meer tegen zichzelf dan tegen Keimpe.

 

'Wat bedoel je?'

 

'En ongeluk net zo goed.'

 

'Waar heb je het over man? Pak me vast!'

 

Keimpe ziet hoe Ale om zich heen kijkt. Behalve hen is er niemand. Het donkere plastic wappert in de wind en ineens verschijnen er regendruppels op.

 

'Donna,' mompelt hij, 'ze heeft gelijk.'

 

Ale laat zijn greep verslappen, alsof het hem overkomt, alsof hij er niets aan kan doen. Keimpe kijkt met grote ogen naar zijn vriend. Welke Donna heeft hij het over? Keimpe kijkt naar zijn vriend, naar wiens gedachten hij al zolang niet meer heeft gevraagd.

 

Op dat moment haalt z'n bassist alle spanning uit z'n greep.

 

'Dit is niet de bedoeling,' zegt Keimpe, en hij voelt hoe zijn hand uit die van Ale glipt, nadat Ale zijn hand lostrekt. Keimpe glijdt over het plastic naar de rand. Hij probeert een stang te grijpen, maar hij mist, en als ook de laatste stang voorbij schiet, is het bijna alsof hij al die jaren heeft geweten dat dit ooit op een dag moest gaan gebeuren.

 

Net voordat hij neerstort op het hek, net voordat hij zijn leven verliest, ziet hij het gezicht van Tjitske Noordsterhout. Het is geen film die aan me voorbij schiet, denkt hij nog. Het is gewoon een gezicht, een menselijk gezicht. En op dat moment begrijpt hij − een besef dat hij nooit meer met iemand zal kunnen delen − hoe onbeschrijfelijk mooi dat is.

 

x
x